IMG_3065

Jitze Peenstra (35) woont samen met zijn vrouw Carolien en hun zoontje Wessel op boerderij De Nije Pleats aan het riviertje De Boarn nabij Aldeboarn. Ze houden er vleeskoeien op een natuurlijke manier: de Japanse Wagyu. Een oud ras dat bekend staat om zijn bijzonder smakelijke vlees.

Jitze is daarnaast coördinator van gebiedscoöperatie It Lege Midden. De gebiedscoöperaties zijn in 2016 opgericht om agrarisch natuurbeheer efficiënter te organiseren. Jitze is daar vanaf het begin bij betrokken geweest.
Jitze: ”Het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) van de provincie, wordt door gebiedscoöperaties als de onze uitgevoerd. Ze worden ook wel De Collectieven genoemd. Eerst waren er allerlei losse agrarische natuurverenigingen. Om het beleid te stroomlijnen zijn deze samengevoegd. Om echt iets voor de natuur te kunnen doen, moet je namelijk zo groot mogelijke, aansluitende gebieden creëren en een pakket aan maatregelen bieden.
It Lege Midden bestaat uit vijf van deze verenigingen, waar voornamelijk boeren lid van zijn. Je moet land bezitten om aan te kunnen schuiven.
We denken wel na over de verbinding met de burger. Het is beslist waardevol om met burgers te sparren, maar om ze zeggenschap te geven over land dat eigendom van boeren is, is nog een brug te ver.

Overheidsgeld
Een belangrijke functie van een gebiedscoöperatie is het verdelen van overheidsgeld. Geld dat beschikbaar is, om bijvoorbeeld de weidevogel populatie te ondersteunen. Boeren ontvangen dat alleen als ze aan bepaalde normen voldoen. Bijvoorbeeld: als ze bepaalde aantallen vogels en nesten op hun land hebben en later maaien. Een onafhankelijke schouwcommissie controleert of iedereen zich aan de regels houdt.
We hebben nu een project met de vlinderstichting gedaan. Het blijkt dat als je bij de sloten gefaseerd maait, je meer vlinders krijgt. Insecten ontwikkelen zich in stadia en als je niet alles in één keer maait, maar stukje voor stukje, dan komen er gemiddeld veel meer tot wasdom. Ik vind de uitkomst van dit project bemoedigend: het is praktisch goed uitvoerbaar en als iedereen dat doet, kun je echt iets bereiken.
Vorig jaar zijn we begonnen met “Leefgebied Natte Dooradering”. Hiermee willen we het leven in en rondom sloten en poelen stimuleren. Boeren die hieraan meedoen, maaien niet voor 15 juni in de buurt van een sloot, rijden er ook geen mest uit en hekkelen niet ieder jaar een hele sloot leeg, maar laten de helft intact. Zo borg je de continuïteit van het leven in zo’n omgeving.

Schadevergoeding
Voor dit soort bijdragen aan de natuur kunnen boeren een vergoeding krijgen. Deze vergoedingen zijn eigenlijk schadevergoedingen, compensatie, omdat de voedingswaarde van gras bij natuurbeheer lager is dan zonder. Het is overigens geen aantrekkelijk verdienmodel, maar het geeft wel een bredere basis onder het bedrijf. De deelnemers zijn daarom meestal echt gemotiveerd om zich voor de natuur in te zetten.
Wat ik momenteel erg lastig vind, is het probleem van de predatie. Het is zo frustrerend als je je best doet voor de weidevogels en dat er dan zoveel worden opgegeten door roofdieren als vossen en steenmarters. Ik begrijp mensen die zeggen dat deze dieren ook recht van leven hebben, maar als je besluit geld in weidevogelbeheer te steken, moet je daar vervolgens ook voor gaan! We hadden dit jaar een vergunning om 15 steenmarters te doden. Er zijn 10 gevangen en gedood en dat heeft beslist effect gehad.

Toekomst
Als het gaat om de toekomst van de grutto, dan denk ik dat het tijd is voor duidelijke keuzes, anders verdwijnt hij. We hebben een aantal gebieden nodig, waarin het landschap open is en waar een hoger waterpeil kan worden ingesteld. In die gebieden is ook extensieve of biologische landbouw nodig. De overheid zou hierbij een rol kunnen spelen, door de financieringslast van deze boeren te beperken. Lange termijn afspraken van 25-30 jaar kunnen het, ook voor een volgende generatie, aantrekkelijk maken om door te gaan.
Mijn persoonlijke mening is, dat als we in gebieden, waar we echt voor de weidevogel kiezen, af zouden zien van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, we echt stappen zouden kunnen maken.

Bodem
De bodem is het vergeten kindje van het weidevogelbeheer. Terwijl een gezonde bodem een goede basis is voor weidevogels én voor de kwaliteit van het gewas en gras. Er zijn inmiddels analysemethodes waarmee je de kwaliteit van je grond op een eenvoudige manier inzichtelijk kunt maken.
Iedereen heeft het tegenwoordig over de bodem en het bodemleven, maar als je bij een doorsnee boer aan de keukentafel zit, ontbreekt vaak de kennis wat hij daaraan zou kunnen doen. Behalve ruige mest gebruiken misschien. En bokashi of composteren. Maar ook voor deze processen geldt: hoe doe je dat precies? Wanneer doe je het goed?
Ik zie hier een rol voor De Collectieven. Wij zouden boeren praktische handvatten kunnen bieden. En als je een beetje inventief bent, hoeft dat volgens mij ook niet duur te zijn.
Ik verwacht ook een positieve impuls voor de biodiversiteit wanneer vanaf 2020 de vergroeningseisen worden aangescherpt. Boeren krijgen nu een basispremie en een vergroeningspremie van de overheid. De verwachting is dat er aan de vergroeningspremie meer eisen zullen worden gesteld. Ik hoop vooral dat de weidevogels hiervan zullen profiteren!

Koplopers
Janna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.