thomas en attsje de vries

Iedere twee weken interviewt Janna van der Meer een boer over zijn veranderende leven als agrarisch ondernemer (m/v).

“Als ondernemer vraag ik me steeds af wat wij kunnen doen voor onze omgeving.”

Thomas (45) en Attsje (46) de Vries drijven zorgboerderij Moai Seldsum nabij Oentsjerk. Ze wonen daar met hun twee kinderen. Samen met 25 medewerkers (ongeveer 20fte) zorgen ze voor gemiddeld 50 cliënten waarvan 25 personen in het zorggedeelte wonen en er 25 voor dagbesteding komen.
De familie de Vries bezit 40 ha land, 40 melkkoeien, 70 schapen, 25 stuks jongvee, vleeskoeien en een aantal paarden.
Thomas: ‘De grootste verandering sinds wij boeren, is volgens mij de afschaffing van het melkquotum. Sindsdien is het moeilijk koers bepalen. Daar komt de nieuwe fosfaatwetgeving nog bij: die heeft een streep gehaald door onze uitbreidingsplannen.’
Attsje: ‘Ik ben vooral gefascineerd door de verandering in denken die ik overal bespeur. Mensen willen graag terug naar de lokale maat. Als ondernemer vraag ik me daardoor steeds af, wat wij kunnen doen voor onze omgeving. Wij zetten met Moai Seldsum vooral in op diergezondheid en de verbinding met de maatschappij.’

Onzeker
Attsje: ‘De zorg is in de loop der jaren ook erg veranderd. Het is een onzekere bedrijfstak geworden, terwijl ouders stabiliteit en kleinschaligheid voor hun kinderen willen. Een stabiele personeelsbezetting en optimale efficiëntie zijn daarom voor ons heel belangrijk. Veel zorgboerderijen zijn met de zorg gestopt, vanwege alle bureaucratische rompslomp die erbij komt kijken. Wij hebben net de juiste omvang dat we die nog goed aankunnen. Als je alle papierwerk zelf zou moeten doen, kan ik me voorstellen dat het plezier er gauw afgaat.’
Thomas: ‘We wilden uitbreiden naar 50-60 koeien voor een betere balans tussen de boerderij en het zorggedeelte. Ook de stal is aan vervanging toe. Bovendien is het voor de toekomst van onze zoon belangrijk, dat onze agrarische tak voor overname geschikt is. Maar nu moeten we iets anders bedenken.’
Attsje: ‘Misschien is biologisch wel iets voor ons. Dat past wel bij ons ideaal, zo van: dit is het land, dit is de omgeving en daar gaan we mee aan de slag.’

Kunstmest
Thomas: ‘Ik ben bang dat ons land zonder kunstmest niet genoeg op zal brengen. We hebben hier op het veen niet zulke beste grond. Aan de andere kant heb ik ook niets met die donkergroene percelen. Wij hebben nog wel gewoon greppels en zo nu en dan strooien we met ruige mest. De koeien lopen zoveel mogelijk buiten. Dat is handig, omdat je ze dan niet hoeft te voeren. Bovendien vinden de cliënten koeien ophalen heel leuk. Dat kunnen we ze niet afnemen!
Er zitten hier weinig vogels, dus daar kan ik er ook niet op passen. Vroeger was dat wel anders: toen vlogen ze overal. Biodiversiteit is voor mij niet een thema. We gebruiken wel erg weinig antibiotica. In 2016 maar voor drie koeien. Voor de schapen ligt dat anders: als die iets met hun uier hebben en je behandelt ze niet, gaan ze dood.’
Attsje: ‘Iedere boer moet zoeken naar een vorm die bij hem past. Maar misschien moeten wij eens onderzoeken, hoe we onze grond kunnen verbeteren zonder kunstmest.’

Uitbreiding
Thomas: ‘Toen wij deze boerderij van mijn ouders overnamen, waren we zwaar gefinancierd. Er was geen geld voor uitbreiding. Mijn ouders konden nog van 30 koeien leven, maar dat was voor ons niet reëel. Achteraf vind ik het prima dat het zo gegaan is: intensief en grootschalig is toch niets voor mij.’
Attsje: ‘Ik werkte in de zorg en liet wel eens jongens op de boerderij logeren. Die vonden dat geweldig. De provincie wilde zorgboeren stimuleren en zo werden wij een pilot. Met de subsidie konden we zorgonderkomens bouwen en ons bedrijf helemaal op zorgverlening inrichting. Ik heb altijd gezegd dat ik met een boer wilde trouwen en nu kon ik mijn vak combineren met een boerenbedrijf! ‘
Thomas: ‘Ik had geen ervaring in de zorg, maar ik heb mezelf inmiddels met allerlei cursussen bijgeschoold. Het leukste van een zorgboerderij is dat het iedere dag weer anders is. Kinderen blijven je verrassen.’
Attsje: ‘Momenteel geniet ik het meest van lekker buiten werken met de cliënten: opruimen, bomen zagen, het erf vegen, dat soort dingen. Dat komt omdat mijn werk nu wel voor een heel groot gedeelte uit manager taken bestaat. Het blijft zoeken naar een juiste balans.’

De serie Boerenportretten wordt mogelijk gemaakt door: Platform Natuurlijke Veehouderij / Natural Livestock, Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, Living Lab Natuurinclusieve Landbouw, Boerennatuur, Friese Milieu Federatie en Vogelbescherming Nederland.